Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 5 februari 2015

D66-actieplan “Werk aan de winkel” binnenstad en detailhandel

winkelgebieden

Analyse: achterstallig onderhoud

D66 Gelderland komt in de verkiezingen voor de Provinciale Staten met een plan voor vitale binnensteden en dorpskernen. D66 heeft in de afgelopen vier jaar in Provinciale Staten herhaaldelijk om aandacht gevraagd voor de steden. In de nieuwe Omgevingsvisie van Gelderland zijn de steden erkend als motoren van de Gelderse economie. Er werken veel mensen in de binnenstad en veel van hen zijn ondernemers of werknemers in de detailhandel of de horeca.

We spreken dan over binnensteden, maar bedoelen dan kernen met een centrumgebied tevens verzorgingsgebied. De omvang van dat gebied kan verschillen tussen het buitengebied van de kern en de gehele provincie, maar een dorp of stad kan ook een culturele en toeristische betekenis hebben. Het gaat dus niet alleen over Arnhem, Nijmegen en Apeldoorn maar ook over Zutphen, Winterswijk, Geldermalsen, Elburg of Terborg. Het plan van D66 Gelderland is een uitnodiging aan gemeenten, aan burgers en bedrijven om te komen met plannen, waarvoor de provincie denkkracht en daadkracht kan leveren.

De uitdagingen zijn immers in de meeste Gelderse steden en dorpen vergelijkbaar. Ongeacht de omvang van de plaats en het verzorgings­gebied, allen hebben te maken met leegstand in de orde van 10% tot 20%. Dat uit zich in gaten in de hoofdwinkelcentra, afstervende aanloopcentra, het verval van secundaire winkelbuurten en een teruggang in verouderde winkelcentra. Voor ondernemers daalt de waarde van onroerend goed, zonder dat er overigens al sprake is van een verlaging van de huurprijzen. Voor inwoners en bezoekers wordt de kern minder aantrekkelijk.

Oorzaken achteruitgang

Er zijn zeven algemene oorzaken voor het verval van binnensteden. Dat kan natuurlijk verschillen per dorp of stad. In het algemeen is het goed om de analyse per plaats uit te voeren en daarbij een onderscheid te maken tussen steden van meer dan 100.000 inwoners, steden met tussen 40.000 en 100.000 inwoners met een regionaal verzorgings­gebied en kernen met een lokale functie en 10.000 tot 40.000 inwoners. Deze zeven oorzaken zijn:

  1. Overbewinkeling – Ook in de periode van hoogconjunctuur is het aantal meters winkeloppervlak sterker gegroeid dan de particuliere bestedingen. Na 2009 is het winkeloppervlak niet gedaald in lijn met de gedaalde bestedingen. De omzet per m2 is met 20 tot 30% gedaald, met een sterke druk op rendementen. De overbewinkeling is vaak ook de consequentie van een expansief groeibeleid van gemeenten en projectontwikkelaars.
  2. Structureel lage bestedingen – Het percentage van inkomens dat naar consumptie gaat is over de afgelopen 20 jaar gedaald. Sinds het begin van de crisis zijn de bestedingen ook in absolute termen gedaald. Met stijgende zorgkosten en de noodzaak te sparen voor de oude dag zullen de bestedingen nauwelijks stijgen in de komende tien jaar. De meubel- en interieurbranche en de DHZ-sector (doe-het-zelf) zijn het zwaarst getroffen.
  3. Te hoge huurprijzen – De winkelhuren zijn in de afgelopen dertig jaar nog eens sterker gestegen dan de omzet van de detailhandel. De brutomarge die nodig is voor de detaillist is fors gestegen over de laatste 25 jaar. Tegenwoordig is de huur een groter bestanddeel van de prijs van een spijkerbroek dan de stof of de arbeidskosten om hem te maken. De toegevoegde waarde van de winkel is niet altijd even helder voor de consument en de forse brutomarge van de detailhandel heeft ruimte gegeven voor alternatieve distributievormen.
  4. Internet – De opkomst van alternatieve distributievormen, vooral gevoed door internet (online shopping) en sociale media (deeleconomie), betekent dat een kleiner aandeel van de bestedingen via winkels gaat. Winkels worden vaak showrooms, de feitelijke aankoop gebeurt online en wordt thuis bezorgd. Sommige winkels weten online en offline goed te combineren, maar in het algemeen zijn het nog twee gescheiden werelden.
  5. Veelzijdige voorzieningen – Andere functies in binnensteden hebben de afgelopen vijf jaar niet de terugval van de detailhandel kunnen opvangen. De horeca heeft ook vijf zwakke jaren achter de rug. De culturele sector heeft in de afgelopen jaren fors moeten bezuinigen en de noodzaak voor culturele instellingen om zelf te ondernemen (met een winkel en een brasserie) kan ten koste gaan van de gevestigde ondernemers.
  6. Achterstallig onderhoud – Door de ontwikkelingen hierboven is er achterstallig onderhoud ontstaan in de publieke ruimte maar ook in het winkel- en voorzieningenaanbod. De binnensteden zijn eenvormig geworden met een vergelijkbaar aanbod van filiaalbedrijven. Het is voor projectontwikkelaars en gemeenten aantrekkelijker om te werken met voorspelbare grote ketens dan met eigenzinnige ondernemers die karakter aan de stad geven. Daarnaast zijn andere functies, zoals cultuur en onderwijs ruimtelijk niet goed aangesloten op winkelstraten. Ten slotte is het wonen uit het centrum getrokken, ook al willen veel mensen graag dicht bij goede voorzieningen wonen. Wonen moet terugkomen in de stad.
  7. Vers bloed en ondernemerschap – Veel stedelijke functies zijn afhankelijk van de betrokkenheid en opvolging van ondernemers. Wat nog te vaak onbenoemd blijft is de overdracht- en overnameproblematiek. Zo leggen lokale detaillisten het steeds vaker af tegen filialen, dit terwijl deze winkels juist invulling geven aan het onderscheidend vermogen van een winkelgebied. Vanuit het stadsmanagement is dit een zeer actueel en kritisch onderwerp. Vanuit het oogpunt van werkgelegenheid is het van belang om te zorgen voor een goede aansluiting van beroepsonderwijs op ondernemerschap.

Visie: vertrouwen op eigen kracht

Elke visie op detailhandel en binnensteden moet erkennen dat het winkeloppervlak terug moet. Het percentage verschilt per dorp of stad, maar het gemiddeld moet het een terugname van 20% zijn. In Gelderland is er geen stad die kan rekenen op een mirakel of een grote buitenstaander die de binnenstad weer aantrekkelijk maakt. Het is eerder andersom: we moeten investeren vanuit eigen kracht om buitenstaanders aan te trekken.

De Duitse consument weet Winterswijk en Nijmegen te vinden, maar Venlo en Düsseldorf bieden ook een interessante binnenstad. Geen enkele stad in Gelderland kan bogen op een forse stroom toeristen van buiten Europa. Om meer bezoekers van buiten Gelderland aan te trekken is een forse impuls in het culturele en toeristische aanbod nodig. Naast Paleis Het Loo in Apeldoorn en het Openluchtmuseum in Arnhem, zou er in Gelderland een attractie moeten komen die meer dan 250.000 bezoekers kan trekken. Een vrijheidsmuseum in Nijmegen had bijvoorbeeld die potentie.

Voor elke stad of kern pakt de relatie met Internet anders uit. Nog steeds gaan ruim 80% van de consumentenbestedingen via winkels: omdat we het elke dag vers willen, omdat we impulsief zijn, willen passen, samen gezellig uit winkelen willen gaan en daarna nog een terrasje pakken. Internet en winkels lijken tegenstellingen, maar zijn dat niet. Er bestaan veel instrumenten waarbij een winkelier zijn voorraad kan verruimen door een webshop “achter” de fysieke winkel te hebben. Sociale media en andere webtools kunnen het bezoek aan winkels bevorderen of het aankoopgedrag stimuleren. Gelderland heeft een creatieve ICT-sector die oplossingen voor de detailhandel kan ontwikkelen.

Er ontstaan ook nieuwe vormen van winkels: gekoppeld aan 3D-printen, waarbij je je eigen ontwerp kunt laten maken, showrooms van ontwerpers, fietsenmakers die ook op maat fietsen maken, ambachtelijke bierbrouwers met winkel annex proeflokaal. Ook ontstaan er aan de rand van de stadskern nieuwe combinaties van functies zoals in de Coehoorn in Arnhem of Honig in Nijmegen. Ook in kleinere plaatsen ontstaan nieuwe combinaties van winkel en diensten zoals in Zieuwent en Breedeweg.

Onderscheidend zijn

Voor elke stad of kern geldt een andere diagnose en die moet niet alleen vanuit de blik van de bewoners of de lokale politiek worden ingevuld, maar vanuit een blik van buiten. Sommige steden zoals Apeldoorn en Harderwijk, kunnen meer halen uit de nabijheid van een grote attractie. Apeldoorn kan zich bijvoorbeeld ontwikkelen tot congresstad. Steden van een kleinere omvang zoals Tiel en Zutphen, spelen in op een combinatie van winkelen/uitgaan en culturele functies zoals musea overdag en een theater ’s avonds.

Veel steden kunnen gebruikmaken van hun cultuurhistorisch erfgoed, waarbij winkelen een onderdeel is van dagtoerisme. De uitdaging is naast citymarketing ook een goed, samenhangend en wisselend aanbod te ontwikkelen. Dat moet uitgaan van eigen kracht maar ook van de perceptie van de bezoeker. Zo kunnen relatief kleine steden als Elburg, Groenlo en Doesburg profiteren van een historische context. Nijmegen kan de combinatie van detailhandel, restaurants en grote evenementen uitbouwen. Arnhem kan meer halen uit de combinatie detailhandel, creatieve industrie en cultuur.

In alle gevallen gaat het om het belang van de binnenstad als imagobepalende factor voor de gehele stad als vestigingsplaats. Bedrijven en mensen kiezen een stad om er te wonen en te werken ook vanwege het  imago en de kwaliteit van het centrum. Het gaat om meer dan marketing van de kern, het gaat om de kwaliteit van het aanbod. Consumenten zijn niet gek en de steden en dorpen in Gelderland moeten het niet hebben van incidentele passanten. Ze moeten het hebben van mensen die graag terugkomen. Een scherpe analyse, waarbij vreemde ogen dwingen en focus op productontwikkeling, gaat vooraf aan een slogan.

Elke stad zal het primair zelf moeten doen en daarbij moet de vitaliteit van de kern belangrijker zijn dan de snelle winst van nieuwbouw. De binnenstad is immers een belangrijke basis voor de ozb- inkomsten van de gemeente. Dat is vaak even veel waard als de winst op een grondexploitatie van een perifere winkellocatie. Het zal per stad maatwerk zijn. Daarbij is realisme nodig: ambities die passen bij de schaal van de stad. Maar ook realisme ten aanzien van de waarde en de exploitatie van onroerend goed. Huren moeten omlaag om aan te sluiten bij de conjunctuur en herwaardering van panden zal noodzakelijk zijn. De provincie zal verliezen niet compenseren, dat is een noodzakelijke aanpassing in het marktproces. De prijs moet immers de uitkomst zijn van afstemming van vraag en aanbod.

Rol van de provincie: uitnodigen en uitdagen

De provincie heeft een rol en D66 Gelderland heeft in tientallen gesprekken ervaren dat ondernemers van de provincie verwachten die rol te pakken. D66 ziet een aantal rollen:

  • Als regisseur via de wettelijke taken in de Ruimtelijke Ordening – Mede onder invloed van D66 is in de nieuwe Omgevingsvisie het belang van binnensteden en kernen benoemd. De centra van de grote steden zijn zelfs bestempeld als van provinciaal belang. Om centra de ruimte te geven is een restrictief groeibeleid nodig. Groei van functies mag alleen (denk aan wonen in de stad) als het de ruimtelijke kwaliteit van zowel de kern als de rand bevordert.
  • Uitnodigingsplanologie – D66 is voorstander van een actief RO-beleid, waarbij transformatie-opgaven in co-creatie worden opgepakt. De planologische rol van gemeente en provincie verandert. Niet langer de focus op toelaten van functies en het verbieden van activiteiten. Daarmee krijg je geen veranderingen op gang. Het concept van de uitnodigingsplanologie werkt dan beter: bevorder gedeeld verantwoordelijkheidsgevoel voor een gebied en geef ruimte voor verandering, om zo ruimtelijke kwaliteit te bereiken. De provincie moet daarbij wel de doorzettingsmacht inzetten om veranderingen mogelijk te maken, ook als een minderheid van de betrokkenen daar niet aan meewerkt.
  • Stads- en regiobeleid – Gelderland voert sinds de landelijke aanzet tot een Grotenstedenbeleid van staatssecretaris Kohnstamm tot aan minister Pechtold (beiden van D66) een eigen beleid voor steden. Het Rijk heeft stedenbeleid grotendeels gestopt. De steden zijn dus nu met de provincie aan zet om de stedelijke agenda vorm te geven. Dat is later aangevuld met een regionaal beleid om de economische structuur te versterken. D66 is voor doorontwikkeling van het stads- en regiobeleid met de nadruk op economische structuurversterking en participatie. Onder structuurversterking hoort zowel de versterking van innovatiepotentie van steden als het behouden van centrumfuncties. D66 pleit voor de inzet van revolverende middelen om de transformatie te financieren en de betrokkenheid van de actoren in het gebied uit te dagen.
  • Toezicht op gemeentefinanciën – Provincies hebben een wettelijke taak in het toezicht op de gemeentefinanciën en de bestuurskracht van gemeenten. D66 heeft in de afgelopen jaren bijgedragen aan een verbetering van het toezicht, zoals door de instelling van een jaarlijkse toezichtsdag en een onderzoek van de Rekenkamer naar de grondposities van gemeenten. Via het toezicht kan de provincie zowel riskante grondexploitaties als de lastenontwikkeling voor burgers en bedrijven volgen. Dat provinciaal toezicht moet vooral de besturen en gemeenteraden helpen hun rol op te pakken.

Op het schap: D66-actiepunten

D66 kiest voor investeren in Gelderland. Binnen een totaalpakket van € 1,2 miljard investeringen voor de periode 2015-2019, wil D66 € 300 miljoen extra investeren in de binnensteden:

  • binnenstadmanagement, samenwerkingsprojecten en stedelijke innovatie €  25 miljoen
  • cultuur in de stad €  25 miljoen
  • sleutelprojecten €  50  miljoen
  • revolverende fondsen (leningen) voor herstructurering en herverkaveling € 200 miljoen

Concreet stelt D66 de tien volgende actiepunten voor:

  1. Stop op uitbreiding – Binnensteden kunnen alleen een kans krijgen als er een stop komt op uitbreiding van het winkeloppervlak, onder andere door een terughoudend beleid over perifere detailhandel. Daarvoor geldt een moratorium gedurende het proces om te komen tot actuele regionale detailhandelsvisies en binnenstadvisies. De provincie toetst deze visies aan de vastgestelde omgevingsvisie.
  2. Beleving centraal – De binnensteden zijn multifunctionele gebieden waarin beleving centraal staat. Versterk het multifunctionele karakter van compacte kernen met detailhandel, horeca, cultuur en ambacht en met het bevorderen van de woonfunctie boven publieksfuncties. Samenwerking tussen de verschillende functies versterkt de binnenstad. Het gaat om een sterk gezamenlijk aanbod en gastvrijheid – de slogan, de citymarketing – komt na de productontwikkeling. De gast komt voor het totaal en niet voor een individuele ondernemer of attractie.
  3. Sleutelprojecten – Bevorder compacte kernsteden via strategische sleutelprojecten. Dit om “rotte kiezen” te revitaliseren (bijvoorbeeld het Gele Rijdersplein in Arnhem) of nieuwe functies aan te trekken of om broedplaatsen te creëren, in het kader van binnenstadvisie. Daarbij kan sloop en herontwikkeling een rol spelen via een nieuw bouwimpulsplan (een doorontwikkeling van het Gelderse woonimpulsplan). Omzetting van kantoren naar woningen is een mooi voorbeeld van herstructurering. Overigens is D66 geen voorstander van een generiek sloopfonds, wel van een transformatiefonds binnen een gebiedsvisie.
  4. Stedelijke herverkaveling – Via stedelijke herverkaveling kunnen compacte en aantrekkelijke gebieden met een goede loop worden gerealiseerd. De provincie moet experimenten blijven bevorderen en in samenhang met een landelijk wettelijk kader een revolverend financieel instrumentarium ontwikkelen. Daar waar cultureel erfgoed aanwezig, kan de provincie restauratie en hergebruik bevorderen.
  5. Samenwerking tussen functies – In de kernen moet samenwerking tussen publieke en commerciële voorzieningen worden bevorderd, om door kosten te delen voorzieningen rendabel te houden. Samenwerking kan ook bijdragen aan een duurzaam en energiezuinig centrum, bijvoorbeeld door aan- en afvoer van goederen. Digitale bereikbaarheid moet bevorderd worden voor diensten waar geen fysieke dienstverlening noodzakelijk is.
  6. Actief binnenstadmanagement – Bevorder samenwerking in steden door een actief binnenstadmanagement en door het ondersteunen van binnenstadmanagers. Ondersteun ook kennisuitwisseling tussen binnenstadmanagers. Via een coördinatiepunt bij de provincie kan geleerd worden van andere gebiedsprocessen en inzet van ruimtelijke instrumenten (zoals verenigingen van eigenaren en vereveningsprocessen).
  7. Cultuur in de stad – De provincie investeert in cultuur in de stad door het bevorderen van een aantrekkelijk aanbod van cultuur en moderne faciliteiten. Via een tenderregeling worden programma’s en festivals gesubsidieerd die levendigheid in de stad brengen. Bij de financiële ondersteuning van festivals en evenementen wordt nadrukkelijk de verbinding met lokaal ondernemerschap als voorwaarde gesteld.
  8. Bevorder broedplaatsen – Broedplaatsen die een verrijking van de binnenstad kunnen zijn worden bevorderd. Dat kan met een lagere huur door een investering met revolverende fondsen en door minder regels voor een locatie. Broedplaatsen zijn plekken waar nieuwe ondernemingen kunnen beginnen en nieuwe combinaties kunnen ontstaan. Het moeten wel broedplaatsen zijn: volwassen bedrijven moeten uitvliegen naar locaties met marktconforme huren.
  9. Bevorder Innovatie – Verbreed de rol van regionale centra voor technologie. Zij kunnen makelaar zijn ten diensten van vele soorten ondernemers, in het spanningsveld tussen ambitie en de mogelijkheden van innovatieve technologieën. Versterk innovatie in ondernemingen (onder andere detailhandel) door inzet van ICT, bijvoorbeeld van een project als Future Store (Saxion en ARTeZ), of door diensten van Gelderse bedrijven online en offline aan elkaar te koppelen. De provincie kan daarbij strategische innovatieprojecten financieel ondersteunen.
  10. Hef branchebeperkingen op – Innovatie verhoudt zich slecht tot brancheregels. D66 is voor de ontwikkeling van woon-winkel-werkpanden. Functieverandering van horeca naar detailhandel of van detailhandel naar cultuur moet mogelijk zijn. Maar er ontstaan allerlei tussenvormen en combinaties: restaurants die spullen verkopen, een modeondernemer die prosecco wil schenken, een bakkerij die een terrasje wil openen. D66 is voor een bestemmingsvorm in dienst­verlening/detailhandel/horeca, waarbij ook meer ruimte wordt gegevens aan flexibiliteit in openingstijden.

6 februari 2015

Michiel Scheffer,
lijsttrekker D66